Rasgeschiedenis

De Blauwe Texelaar komt voort uit witte Texelaars met de “blauwfactor”. Witte Texelaars met de blauwfactor zijn zeldzaam. Hoeveel er precies zijn is niet bekend. Schattingen variëren van 1 op 25.000 tot 1 op 50.000. In de jaren zeventig schreef ir. P. Hoogschagen in Het Schaap over de zeldzame geboorten van enkele blauwgrijze lammeren uit witte Texelaars. Dat was toen al tien jaar geleden. Het probleem is dat de factor pas zichtbaar kan worden als twee dragers worden gekruist. Volgens de theorie van de erfelijkheid levert zo’n kruising voor een kwart blauwe lammeren op. De helft is opnieuw drager. Het resterende kwart zuiver wit. Met de kleine worpgroottes bij schapen (zo’n 2 lammeren per schaap per keer) wordt het dus moeilijk om de dragers van de blauwfactor op te sporen. Bovendien is het economisch niet interessant. Fokkers die niets van zo’n blauwe moeten hebben, ruimen het lam op en hopen dat er niet weer een wordt geboren.

In de jaren zeventig en tachtig waren er ook schapenfokkers die juist wel wat in de blauwe lammeren zagen. Vooral in Friesland moeten verschillende fokkers zich er helemaal op toegelegd hebben. Zij legden de basis voor de zuivere fok. In 1983 richtten zeven schapenfokkers het Stamboek Blauwe Texelaars op. Hun doel: instandhouding, verbetering en vermeerdering van de eens zo verguisde blauwe afwijking. Met de Blauwe Texelaar is iets merkwaardigs aan de hand. Ze lopen ook bij fokkers van witte Texelaars. Ze zien er blijkbaar toch wat in, net als de Friezen destijds. En er zijn niet veel rassen die op Texelaarsbedrijven ‘erbij’ worden gehouden. Dat is hooguit weggelegd voor de Suffolk, of de Bleu du Maine, rassen die er puur om economische redenen lopen. Voor de Blauwe Texelaar geldt dat economisch gewin niet zo zeer. Ze mogen van de fokkers van witte blijven, omdat het van die leuke schapen zijn. Een beetje apart. Ze brengen letterlijk kleur in de schapenhouderij.

De Blauwe Texelaar is een gemakkelijk schaap. Aflamproblemen komen praktisch niet voor. Het beenwerk is goed. De levensduur lang. En de kleur maakt hem een mooi schaap. Bovendien levert hij prima slachtlammeren op die een goede prijs opbrengen. Natuurlijk zijn er ook minpunten. De kwaliteit van de vacht mag in een aantal gevallen beter. Iets fijnere wol en iets meer gesloten. Ook de bespiering mag vooruit. Dat lukt met blauwe dieren die uit twee witte worden geboren. Als bij een beroemd wit-fokker een blauw ramlam werd geboren, vloog iedereen er op af. Toch is het exterieur van de Blauwe Texelaar duidelijk anders dan dat van de witte. Daar waar de witte tot voor enkele jaren steeds beknopter en extremer werd, bleef de blauwe een ruim schaap. Een beetje het ouderwetse Texelaartype. Het Stamboek Blauwe Texelaars kiest ook voor een eigen aanpak van een betere bespiering door selectie. In de eerste jaren werd met alle blauwen gefokt. Begin jaren negentig concludeerde men dat er een ruim en solide schaap gefokt moest worden met voldoende bespiering. De eisen voor het inschrijven van Blauwe Texelaars werden in die periode verzwaard. In de eerste jaren schreef het stamboek, om zo snel mogelijk een populatie op te bouwen, alle dieren in die aan de exterieurseisen voldeden. Dieren waarvan de afstamming onbekend was, kwamen eerst in een hulpregister. Blauwe uit blauwe, maar ook blauwe uit bekende witte, werden meteen geregistreerd. In de jaren negentig verdween het hulpregister, toen waren er voldoende dieren om door te gaan. Niet slecht voor een ras dat tien jaar eerder als zeldzaam te boek stond.

Bron: Engelen, J, Schapen in Nederland, Doetinchem, 2000

In “Het Schaap” van oktober 1978 was een artikel opgenomen van ir. P. Hoogschagen. Hij berichtte over het feit dat er ‘blauwe schapen’ in Nederland rond liepen. Het bleek om Blauwe Texelaars te gaan. Tien jaar daarvoor ontdekte Ing. A. Oosterbaan, een schapenfokker in Tzummarum (Friesland), dat in zijn kudde Texelse schapen één van zijn ooien een bijzonder gekleurd lam had geworpen. Deze ooi bracht namelijk een drieling ter wereld, waarvan er twee de normale witte kleur hadden, de derde, een ooilam, had een blauw-grijze kleur. Hij fokte verder met dit ooilam. Met dit ooilam startte de Blauwe Texelaarfokkerij! Op de site van Kees van de Nieuwenhof zijn zeer mooie documenten te vinden over de ontstaansgeschiedenis van de Blauwe Texelaar.
Door drukke bezigheden met nog vele andere diersoorten was dhr. Oosterbaan echter genoodzaakt zijn kudde blauwe schapen af te stoten. Onder andere vijf ooien en één ram gingen naar de naburige fokker S. S. Boelstra in St. Anna Jacobi Parochi (Friesland). Van deze fokker van het eerste uur hebben wij twee rammen gebruikt (in 2008 en 2010). Helaas is Siebe Boelstra overleden, maar blijft zijn fokkerij in honderden Blauwe Texelaars bewaard, verspreid over heel Europa!

De eerste Blauwe Texelaars

De eerste Blauwe Texelaars

Ooi S.S. Boelstra 08401-00233

Eén van de topfokooien van Siebe Boelstra! Dit is de kop van ooi 08401-00233.